Overbeet of onderbeet bij je hond

Als het ondergebit van je hond uitsteekt ten opzichte van het bovengebit, heeft je hond een onderbeet. Als de bovenkaak ver uitsteekt over de onderkaak, spreken we van een overbeet. Beide varianten zijn niet zo fijn voor je hond. Malocclusie, zoals deze aandoening heet, kan voor behoorlijk wat gebitsproblemen zorgen.

Hoe ziet een gezond gebit van een hond eruit?

Als de kaken en het gebit van je hond helemaal in orde zijn, steekt de bovenkaak net iets uit over de onderkaak. De boventanden en kiezen vallen net over de ondertanden en kiezen heen. Dit noemen we een schaargebit. Het volwassen gebit van een hond bestaat uit:

  • 12 snijtanden
  • 4 hoektanden
  • 26 kiezen

Bij een over- of onderbeet, of als de hoektanden door een te smalle onderkaak te ver naar binnen staan en in het gehemelte drukken, noemen we deze aandoening malocclusie.

Gevolgen van malocclusie

Als het gebit van je hond niet in de schaarstand staat kan dit vervelende problemen geven. De volgende problemen kunnen ontstaan:

  • Meer tandplakvorming en dus uiteindelijk tandsteen. Als tandsteen niet verwijderd wordt, kan dit tot ontstekingen leiden en uiteindelijk tot het verlies van tanden of kiezen.
  • Hoektand kan in het gehemelte prikken. Je hond heeft dan – logisch – veel pijn met eten en kauwen.
  • Vanwege de pijn in de bek, kan je hond minder gaan eten.

Welke rassen hebben vaker last van een over- of onderbeet?

Het zijn vooral de kortsnuitige hondenrassen, zoals de Franse bulldog, Engelse bulldog, shih tzu en boxer die vaker last hebben van een onderbeet. Honden met een lange spitse snuit, zoals bijvoorbeeld de teckel kunnen juist wat vaker een overbeet hebben. Heel kleine hondenrassen, zoals de toy poedel en de chihuahua hebben vaak zo’n kleine kaak dat hun tandjes er niet goed in passen. Ook bij hen is het dus belangrijk dat de dierenarts de ontwikkeling van hun gebit goed in de gaten houdt.

Over- of onderbeet corrigeren?

Als je hond erg veel last ervaart van zijn over- of onderbeet, kan een dierenarts die gespecialiseerd is in het gebit (orthodontie) vaak wel iets betekenen voor je hond. Zoals: 

  • bij pups en jonge honden kan de dierenarts je bepaalde handelingen laten zien die je thuis dagelijks moet doen om de tanden in een wat betere positie te krijgen. Dit kan alleen als het geen grote afwijking is en de tanden nog niet helemaal doorgekomen zijn. Er kan een stukje van een prikkende tand worden afgeslepen die netjes wordt afgedekt met een speciale techniek;
  • er worden één of meer tanden of kiezen die in de weg zitten getrokken;
  • de gespecialiseerde dierenarts kan een beugel voor je hond maken om zijn gebit in de juiste stand te zetten.

Problemen bij wisselen van gebit

Wat kan gebeuren is dat bij het wisselen van het melkgebit naar het volwassen gebit de melktand niet loskomt en de blijvende tand er wel al bij komt. Dit kan nog wel eens gebeuren bij hoektanden. De nieuwe hoektand komt dan vaak niet in de juiste positie door en kan dus later voor problemen zorgen. Check het gebit van je wisselende pup dus regelmatig of ga voor een extra check langs je dierenarts om even te bekijken of het wisselen zonder problemen verloopt. Als er wel een probleem dreigt, kan de dierenarts nog op tijd ingrijpen.

Vergoedt een huisdierenverzekering dierenartskosten bij een onder- of overbeet? 

Als er iets met je hond aan de hand is, kunnen de dierenartskosten behoorlijk oplopen. Met een OHRA Huisdierenverzekering worden de dierenartskosten (deels) vergoed. Een fijne geruststelling. Wat je precies vergoed krijgt, hangt af van wat voor soort dierenartskosten je declareert, je eventuele eigen risico en je gekozen pakket voor je hond. Bekijk de precieze vergoedingen in de polisvoorwaarden en het vergoedingenoverzicht

Meer weten?

Bekijk de vergoedingen voor de behandelingen voor je hond of bekijk het overzicht met alle aandoeningen.

Naar alle aandoeningen Naar de vergoedingen