Permanent naar een zorginstelling; als thuis wonen niet meer gaat

Natuurlijk wil je dat degene waar je de zorg voor hebt zo lang mogelijk thuis woont. Maar er kan een moment komen waarop dat niet meer gaat. Dan is een langdurig of permanent verblijf in een instelling een goede keuze. Natuurlijk is dit een hele stap waarbij je niet over één nacht ijs gaat. Daarom helpen wij je graag met het zoeken naar de juiste zorg.

Bij wie kun je aankloppen?

Permanent verblijf in een instelling wordt geregeld via de Wet langdurige zorg (Wlz). Wel moet je voor opname in een instelling eerst een Wlz-indicatie aanvragen. 

Houd er rekening mee dat er een eigen bijdrage geldt. Ook voor kinderen tot 18 jaar geldt een eigen bijdrage als het kind buitenshuis verblijft. De hoogte van het bedrag hangt af van het inkomen, vermogen en persoonlijke situatie. Via het CAK maak je eenvoudig een berekening.

Welk soort instelling is geschikt?

Als de stap gezet is naar een langdurig verblijf in een instelling, is er meestal sprake van permanent toezicht. De zwaarte van dit toezicht kan per type instelling variëren. Het type instelling dat geschikt is, is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Je kunt hierbij denken aan een verpleeghuis, een instelling voor gehandicaptenzorg of een geriatrisch verpleeghuis bij dementie. We helpen je graag een eindje op de weg bij je keuze.

In een grootschalige instelling wonen meerdere mensen. Vaak met dezelfde aandoening als je naaste, bijvoorbeeld dementie. Iedere bewoner beschikt over een eigen kamer met badkamer. Vaak is in een grootschalige instelling wat meer sprake van regels waar de verzorging op toeziet. Bijvoorbeeld wanneer men naar bed gaat. Voor een grootschalige instelling kan voor de kosten van verzorging een indicatie vanuit de Wlz worden aangevraagd. Vaak worden de kosten in natura betaald, maar ook een Persoonsgebonden Budget is mogelijk. We vertellen je graag wat meer over de mogelijkheden.

Het woord kleinschalig zelf zegt het eigenlijk al: er is een beperkt aantal kamers of (kleine) appartementen. Iedere bewoner heeft zijn of haar eigen, persoonlijke privé omgeving. Eventueel met partner. Met de eigen meubels, foto’s en soms zelfs huisdieren. Met vaak een klein keukentje en een badkamer. Ook is er een gemeenschappelijke woonkamer waar iedereen elkaar kan ontmoeten. Het ‘huishouden’, bestaande uit het doen van boodschappen, koken, schoonmaken én verzorgen gebeurt door de medewerkers. Soms helpen de bewoners een handje.

Goed om te weten
Vaak gaat het bij een kleinschalige instelling om een particuliere instelling. Dat brengt een aantal belangrijke voor- en nadelen met zich mee:

  • De Wlz ‘erkent’ particuliere instellingen niet. Het voordeel hiervan is, dat je dan ook géén indicatie van het CIZ nodig hebt. Betrek je een kleinschalige instelling zonder indicatie? Dan betaal je alle kosten zelf. Denk aan de huur, het eten, kosten van het huishouden en eventuele verzorging.
  • Gelukkig kun je voor een deel van de kosten, die voor extra zorgbehoeften, een indicatie aanvragen. Deze kosten kunnen vervolgens worden betaald vanuit een Persoonsgebonden budget; zorg in natura is niet mogelijk.

Bij het maken van een keuze voor een instelling, is het belangrijk om zoveel mogelijk rekening te houden met persoonlijke wensen en voorkeuren:

  • Kunnen familieleden, vrienden en mantelzorgers altijd even binnenwippen? Of zijn er speciale bezoekuren?
  • Krijg je een eigen woonruimte, met eventueel een keukentje en badkamer? En mag je daar je eigen, persoonlijke meubels en spulletjes neerzetten?
  • Mag de partner er ook wonen? En mag deze er ook blijven wonen als degene die zorg nodig heeft onverhoopt komt te overlijden?
  • Mag je huisdier meenemen?

Het geeft vaak een gerust gevoel als je vooraf een paar instellingen bezoekt. Zo krijg je een goed beeld van het reilen en zeilen. En hoe het je naaste eventueel zal bevallen. Omdat we ons kunnen voorstellen dat je verschillende instellingen met elkaar wilt vergelijken, verwijzen we je graag naar kiesbeter. Zo maak je met een gerust hart een keuze.

Vrijwillige opname, Opname zonder instemming en verzet, Gedwongen opname

Soms kan degene voor wie je een opname in een instelling wilt aanvragen, niet (goed) zelf beslissen of dit ook is wat hij of zij wil. Bijvoorbeeld bij dementie of een verstandelijke beperking. Bij de behandeling van de aanvraag van de Wlz-indicatie wordt dan goed gekeken hoe degene voor wie je de opname aanvraagt, hier zélf over denkt. Na dit onderzoek kan de opname in een instelling op de volgende manieren plaatsvinden:

Vraagt degene die opgenomen moet worden in de instelling zelf de Wlz-indicatie aan? Dan gaat het om een vrijwillige opname. Dien je zelf een aanvraag in voor de persoon voor wie je zorgt, en geeft deze aan dat hij of zij inderdaad graag opgenomen wil worden in een instelling? Ook dan is sprake van een vrijwillige opname.

Bij een vrijwillige opname is het altijd mogelijk om je naaste eens mee te nemen voor een fijn weekend thuis of een gezellig uitje. Als is het maar een kopje koffie in het park. Het is wel goed om dit vooraf even af te stemmen met de instelling: zij zijn namelijk verantwoordelijk voor je naaste.

Dit betekent dat degene voor wie de opname nodig is, deze niet zelf aanvraagt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door jou als mantelzorger. Kan degene voor wie je de aanvraag doet, niet duidelijk maken wat hij of zij wil, maar verzet hij of zij zich niet overduidelijk tegen de opname? Dan wordt een zogenaamde BOPZ-beschikking afgegeven (Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen). Met deze beschikking kan je naaste worden opgenomen in een instelling.

Is je naaste opgenomen met een BOPZ-beschikking? Dan kun je je naaste gerust meenemen uit de instelling. Bijvoorbeeld voor een weekendje thuis of een uitje. Het is wel verstandig om dit vooraf af te stemmen met de instelling omdat zij verantwoordelijk zijn voor je naaste.

In dit geval is opname in een instelling noodzakelijk, maar de persoon om wie het gaat, wil niet opgenomen worden in een instelling en verzet zich hiertegen. Dit is een lastige situatie. Maar soms helaas noodzakelijk voor de gezondheid en veiligheid van je naaste of de omgeving. In dit geval kan de weg naar een gedwongen opname worden ingezet. Welke route je inslaat, is afhankelijk van de situatie.

1. Er is geen noodsituatie: via een Rechterlijke machtiging (RM)
Is er geen sprake van een acute situatie die gevaar oplevert voor je naaste of de omgeving? Maar kan je naaste niet meer thuis wonen en is een opname op korte termijn dus wel noodzakelijk? Dan kun je de weg van de RM inzetten. Deze procedure via de rechter neemt al snel 6 tot 8 weken in beslag.

Hoe werkt het?

  • De aanvraag voor een RM wordt meestal ingediend door de (huis)arts. Maar het kan ook door de partners en familieleden of een curator, voogd of mentor in gang gezet worden. Zij kunnen ook de (huis)arts verzoeken de aanvraag in te dienen.
  • De aanvraag wordt ingediend bij de Officier van Justitie (OvJ).
  • De OvJ vraagt eerst een onafhankelijk arts (dus niet de eigen huisarts) de persoon om wie het gaat (je naaste) te onderzoeken. Zodat duidelijk wordt of sprake is van een gevaarlijke situatie voor je naaste zelf of voor anderen. Of sprake is van dementie. En of opname in een instelling echt de énige manier is om deze gevaarlijke situatie op te lossen.
  • Vindt deze arts een opname noodzakelijk? En is de OvJ het hiermee eens? Dan zal de rechter met je naaste in gesprek gaan en mogelijk ook met mantelzorgers, familie, verzorgenden en andere betrokkenen.
  • Vindt de rechter ook dat opname nodig is? Dan wordt de rechterlijke machtiging afgegeven en wordt je naaste binnen twee weken opgenomen in een instelling waar op dat moment plek is. Dit kan dus betekenen dat je naaste in een instelling wordt opgenomen die wat verder ligt dan jij graag wilt. Of in een instelling die niet jouw eerste keuze is. Omdat daar op dat moment plek is.
  • Je naaste wordt naar de instelling vervoerd in een ambulance. Onder begeleiding van de politie en ambulancepersoneel. Helaas gaat dat soms niet altijd even rustig… Als het nodig is mag men bijvoorbeeld de deur forceren of je naaste vastpakken. Verzet je naaste zich erg? Dan mag de politie zelfs handboeien gebruiken als dit nodig is voor de veiligheid. En als het echt niet anders kan, mag het ambulancepersoneel rustgevende medicatie geven aan je naaste. Als dit gebeurt, is dit natuurlijk erg vervelend. Maar het is goed om van tevoren te weten wat er mogelijk is.
  • Ben jij of je naaste het niet eens bent met de uitspraak van de rechter? Dan kun je in cassatie bij de Hoge Raad. Deze kijkt alleen of de rechter zijn of haar werk goed heeft gedaan en niet naar de inhoud van de zaak.

2. Bij een noodsituatie: via een Inbewarestelling (ibs)
Is er sprake van direct gevaar voor je naaste of de omgeving? Bijvoorbeeld in geval van agressie of risico op een ernstige ziekte of ongeval. Dan is er een noodsituatie en moet erger worden voorkomen. Omdat opname dan direct nodig is, duurt de procedure voor een RM te lang. In dit geval wordt dan de procedure voor een ibs ingezet:

  • Bij de politie komt in dit geval vaak een melding van de crisissituatie binnen en schakelt de crisisdienst in van de GGZ.
  • De GGZ-arts onderzoekt je naaste en de situatie. Dit gebeurt op de plek waar je naaste op dat moment is. Bijvoorbeeld thuis of op het politiebureau.
  • Vindt de GGZ-arts na dit onderzoek dat ibs nodig is? Dan stuurt deze een zogenaamde ‘geneeskundige verklaring’ naar de burgemeester. Het gaat hierbij om de burgemeester van de gemeente waar je naaste op dat moment is. Dat hoeft dus niet de perse de eigen woonplaats te zijn.
  • De burgemeester neemt vervolgens een besluit. Dat doet hij op basis van de geneeskundige verklaring van de crisisarts en dus zonder je naaste persoonlijk te zien. Gaat de burgemeester akkoord met de ibs? Dan wordt je naaste binnen 24 uur naar een instelling gebracht waar op dat moment plek is. Dit kan betekenen dat je naaste in een instelling wordt opgenomen die wat verder ligt dan jij graag wilt. Of een die niet jouw eerste keuze is.
  • Je naaste wordt naar de instelling vervoerd in een ambulance. Onder begeleiding van de politie en ambulancepersoneel. Helaas gaat dat soms niet altijd even rustig… Als het nodig is mag men bijvoorbeeld de deur forceren of je naaste vastpakken. Verzet je naaste zich erg? Dan mag de politie zelfs handboeien gebruiken als dit nodig is voor de veiligheid. En als het echt niet anders kan, mag het ambulancepersoneel rustgevende medicatie geven aan je naaste. Als dit gebeurt, is dit natuurlijk erg vervelend. Maar het is goed om van tevoren te weten wat er mogelijk is.
  • De Officier van Justitie heeft uiteindelijk de beslissende rol. Deze geeft namelijk aan of je naaste ook opgenomen moet blijven:
    - Is dat niet het geval? Dan mag je naaste meteen weer naar huis.
    - Moet je naaste wel opgenomen blijven? Dan neemt de rechter een definitief besluit. Hiervoor gaat de rechter eerst in gesprek met je naaste. Je naaste heeft daarbij recht op gratis bijstand van een advocaat, die ook bij dit gesprek is.

Goed om te weten: er gelden strenge regels…
Is je naaste via een RM of IBS gedwongen opgenomen in een instelling? Dan moeten de instelling en de betrokkenen zich aan strenge regels houden. Zo kun je bijvoorbeeld op een mooie lentedag niet zomaar lekker samen in het dorp een kopje koffie gaan drinken. Of je naaste ophalen om je verjaardag te vieren of voor een gezellig weekendje thuis. Daarvoor heb je toestemming nodig van de directie van de instelling. Dit doe je door een brief of mail te schrijven aan de arts met het verzoek om je naaste tijdelijk mee te nemen uit de instelling. De arts moet dan binnen twee weken aangeven of dit wel of niet mogelijk is, rekening houdend met de gezondheid van je naaste. Vraag deze toestemming dus op tijd aan, minimaal 4 werken van tevoren.

Is aanvullende zorg nodig?

Naast de behandeling van de geestelijke of lichamelijke beperking waarvoor de Wlz-indicatie wordt afgegeven, kan er ook aanvullende zorg nodig zijn. Dit is zorg die niet direct betrekking heeft op de aandoening waarvoor de Wlz-indicatie is verstrekt. Hoe deze kosten vergoed worden, hangt ervan af of degene die naar de instelling gaat daar alleen maar woont of er ook behandeld wordt. We zetten het voor je op een rij:

Naast de reguliere verzorging en de behandelingen die voor de aandoening nodig zijn, is vaak ook sprake van zogenaamde aanvullende zorg in de instelling. Dit kan zijn: 

Geneeskundige zorg van algemene aard
Dit is bijvoorbeeld huisartsenzorg, een onderzoek dat door de Wlz-behandelaar wordt aangevraagd zoals een laboratoriumonderzoek, een ECG en trombosezorg (ook als deze via de Trombosedienst loopt). De kosten worden in dit geval vergoed door de Wet langdurige zorg als er een indicatie is.

Behandeling van een psychische stoornis
Soms gaat de lichamelijke of verstandelijke beperking waarvoor iemand in de instelling zit, samen met psychische problemen. De psychische problemen worden dan in de instelling mee behandeld. Zijn de psychische problemen niet los te zien van de Wlz-behandeling? Dan worden de kosten vergoed door de Wet langdurige zorg als er een indicatie is. Staan de psychische problemen los van de Wlz-behandeling? Dan worden de kosten vergoed door de Zorgverzekering. Dit valt onder 'Geestelijke Gezondheidszorg'.

Medicijnen
De instelling levert alle medicijnen die medisch noodzakelijk zijn:

  • De medicijnen die nodig zijn voor de behandeling van de aandoening waarvoor de Wlz-indicatie is afgegeven.
  • De medicijnen die daarnaast ook medisch noodzakelijk zijn.
  • Voorgeschreven dieetpreparaten en voorgeschreven dieetvoeding. De kosten worden vergoed vanuit de Wet langdurige zorg als er een indicatie is.

Hulpmiddelen
Soms zijn voor verblijf en behandeling in een instelling bepaalde hulpmiddelen nodig. Het gaat hierbij niet alleen om hulpmiddelen die nodig zijn voor de aandoening waarvoor de Wlz indicatie is. Maar om alle zorg die de instelling verleent. Omdat dit vaak persoonsgebonden hulpmiddelen zijn, is meestal sprake van een aangepast hulpmiddel of een hulpmiddel op maat. Denk aan orthopedische schoenen of steunkousen. Het hangt af van de persoonlijke situatie of het hulpmiddel via de Wet langdurige zorg vergoed wordt. De instelling kan je hier meer over vertellen. Wordt het hulpmiddel niet vergoed door de Wlz? Dan is het mogelijk dat het hulpmiddel vergoed wordt door onze zorgverzekering.

Is degene die het hulpmiddel nodig heeft bij ons verzekerd? Lees dan meer over de vergoedingen in de OHRA Vergoedingenwijzer. Zo niet, dan kunnen andere voorwaarden gelden. Neem in dat geval contact op met de zorgverzekeraar.

Speciale kleding die nodig is in de instelling
Bijvoorbeeld heupbeschermers voor mensen die vaak vallen, kleding die niet kapot gescheurd kan worden, makkelijk aan en uit te trekken kleding voor mensen die veel verzorging nodig hebben.

Tandheelkundige zorg
Het gaat hierbij om tandheelkundige zorg door een tandarts, tandprotheticus of mondhygiënist. De instelling kan deze hiervoor op locatie laten komen, of vervoer er naartoe regelen.

Let op: soms krijg je niet alles vergoed.

  • Soms moet je voor een behandeling eerst toestemming vragen aan het Zorgkantoor (deze instantie regelt de uitvoering van de langdurige zorg waarvoor de indicatie is). Dit is bijvoorbeeld het geval als er een brug, kroon of beugel nodig is. De tandarts kan je hier meer over vertellen.
  • Gaat degene die in de instelling verblijft, verhuizen na de start van een tandheelkundige behandeling? Dan bestaat nog maximaal 9 weken na de verhuizing recht op afronding van deze behandeling.

In dit geval bestaat er helaas geen recht op aanvullende zorg vanuit de instelling met vergoeding door de Wet langdurige zorg. Wel valt de aanvullende zorg onder de Zorgverzekering.

Is degene die de aanvullende zorg nodig heeft bij ons verzekerd? Lees dan meer over de vergoedingen in de OHRA Vergoedingenwijzer. Zo niet, dan kunnen andere voorwaarden gelden. Neem in dat geval contact op met de zorgverzekeraar.