Zintuiglijke gehandicaptenzorg

Zintuiglijke beperkingen zijn blind- of slechtziendheid, doof- of slechthorendheid en/of een spraak-taalontwikkelingsstoornis. Zintuiglijke gehandicaptenzorg leert kinderen of volwassenen omgaan met een zintuiglijke beperking en leert ze zo zelfstandig mogelijk te leven. Een voorbeeld is het leren van gebarentaal.

Vanuit de basisverzekering krijg je een volledige vergoeding van de behandeling van een zintuiglijke beperking. Het gaat dan om behandeling zonder opname.

Moet jij of jouw kind voor behandeling naar een instelling? Dan kun je in aanmerking komen voor vergoeding van zittend ziekenvervoer. In 2018 geldt voor zittend vervoer (voor alle leeftijden) een wettelijke eigen bijdrage van € 101,- per kalenderjaar.

Het vervoer van kinderen met een auditieve beperking of een spraak-taalontwikkelingsstoornis voor behandeling (in groepen) in een instelling wordt niet meer betaald door de instelling.

Ja, voor zintuiglijke gehandicaptenzorg heb je een eigen risico. Je hebt zelf het bedrag aan eigen risico gekozen: het minimum van € 385,- of een hoger bedrag. De basisverzekering vergoedt de kosten van zorg boven dit eigen risico.

In Mijn OHRA Zorgverzekering zie je hoeveel eigen risico je nog hebt. Ook zie je hoeveel eigen risico je eventueel al hebt verbruikt.

Kinderen jonger dan 18 jaar hebben geen eigen risico.

Nee, je betaalt geen eigen bijdrage.

Je kunt terecht bij instellingen die deze zorg leveren. Vind hier een zorgverlener bij jou in de buurt. Vul als zoekterm in: auditief, auditief gehandicaptenzorg, visueel, of visueel gehandicaptenzorg.

Ja, je mag ook naar een zorgverlener waarmee wij geen afspraak hebben gemaakt. Wij vergoeden de rekening van zorgverleners volledig. Een enkele keer krijgen wij een rekening van een zorgverlener die onredelijk hoog is. De wet bepaalt dat wij deze rekening niet mogen vergoeden. Gelukkig komt dit bijna nooit voor.

Nee, je hebt voor zintuiglijke gehandicaptenzorg vooraf geen toestemming van OHRA nodig. Je hebt wel een verwijzing nodig van een medisch specialist, klinisch fysicus of audioloog. Deze kan bepalen of je aan de landelijke voorwaarden voor deze zorg voldoet (NOG-verwijsrichtlijn).