Duidelijkheid voor wensmoeders

De afgelopen weken was er veel aandacht voor de vraag of bepaalde vruchtbaarheidsbehandelingen vergoed worden vanuit de basisverzekering. Het gaat hierbij om behandelingen, zoals Kunstmatige Inseminatie (KID) voor onder andere lesbische en alleenstaande wensmoeders, zonder dat er sprake is van verminderde vruchtbaarheid. OHRA heeft besloten om tot 1 januari 2020 coulant om te gaan met vergoedingen voor deze behandelingen.

Medische indicatie

De discussie over deze trajecten is ontstaan naar aanleiding van antwoorden op Kamervragen van Minister Bruins. Hij geeft aan wat wel en niet onder de basisverzekering valt. Zorgverzekeraars zijn verplicht om de uitleg van de minister te volgen. De uitleg wijkt niet af van de manier waarop OHRA deze de afgelopen jaren heeft beoordeeld.

Er is sprake van een verschil van inzicht tussen de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), de vertegenwoordiger van de behandelaars, en het Zorginstituut Nederland, het adviesorgaan van de Minister. Het verschil van inzicht gaat over of het ontbreken van een mannelijke partner een ‘medische indicatie’ is. De behandelend artsen hebben dit de afgelopen jaren wel als medische indicatie uitgelegd.

Onrust en onzekerheid

Specifieke groepen wensmoeders maakten hun keuze voor een vruchtbaarheidsbehandeling op basis van de informatie die zij van hun arts kregen. Met de juiste informatie hadden zij misschien een andere keuze gemaakt. Wij snappen dat voor deze wensmoeders de reactie van de Minister tot veel onrust en onzekerheid heeft geleid. Daarom besluit OHRA coulant met de vergoedingen om te gaan.

Update 13 maart

Minister Bruins heeft zich inmiddels ook uitgesproken over dit onderwerp. Op basis van zijn bericht heeft OHRA besloten gedurende geheel 2019 behandelingen te blijven vergoeden, ook indien deze na 1 juli 2019 starten.