Versterk de gezondheid van je hond of kat met vaccinaties

Het vaccineren van je kat en hond begint al op jonge leeftijd. Ook in Nederland komen besmettelijke en levensbedreigende ziektes voor. Tegen een aantal van deze ziektes kun je jouw huisdier laten vaccineren. Het lichaam van je huisdier maakt dan antistoffen aan tegen de ziekteveroorzakers en daarmee is je huisdier beschermd. Dit is een belangrijke manier om bepaalde kwalen te voorkomen.

Inenten of vaccineren

Het zijn twee woorden die hetzelfde betekenen: inenten en vaccineren. Door vaccinaties of inentingen bouwt je hond of kat voldoende bescherming op tegen verschillende ziektes. Vooral voor puppy's en kittens is dit belangrijk. Het afweersysteem van deze jonge dieren is namelijk nog niet goed genoeg ontwikkeld om bescherming te bieden tegen ziektes.

Vaccineer je hond in elk geval tegen deze ziekten:

  • Hondenziekte (ziekte van Carré, Distemper)
  • Leverziekte (Hepatitis Contagiosum Canis, HCC)
  • Parvovirose (Parvo)
  • Ziekte van Weil (Leptospirose)

Ook zijn er vaccinaties die nodig zijn in bepaalde situaties, zoals kennelhoest en rabiës. De vaccinatie tegen kennelhoest is aan te raden wanneer je hond naar een cursus gaat of in een pension verblijft. Gaat je hond mee naar het buitenland? Dan is de rabiësvaccinatie tegen hondsdolheid verplicht. Vaccinaties tegen de meest voorkomende ziekten worden vergoed met een aanvullende huisdierverzekering.

Vaccineer je kat tegen deze ziekten:

  • Kattenziekte
  • Niesziekte (veroorzaakt door het Feline herpesvirus)
  • Niesziekte (veroorzaakt door het Feline calicivirus)
  • Feline leukemie virus (FeLV)
  • Hondsdolheid (rabiës)
  • Feline Infectieuze Peritonitis (FIP) (in overleg met je dierenarts)

Elke kat hoort een set basisvaccinaties te krijgen. Deze bestaat uit 2 of 3 injecties en wordt met tussenpozen van 3 tot 4 weken gegeven. De eerste inenting krijgen kittens meestal als ze ongeveer 9 weken oud zijn. Na de basisvaccinatie is het aan te raden om jaarlijks tegen niesziekte te vaccineren. Overleg met de dierenarts wat voor jouw kat het beste vaccinatieschema is. Ras, leeftijd, gezondheid en gegevens over welke ziekten lokaal voorkomen, spelen hierbij een rol.

Bijwerkingen van vaccinaties

Er kunnen bijwerkingen optreden bij het vaccineren. Sommige honden voelen zich minder lekker na een vaccinatie of krijgen ontstekingsreacties op de plek van de inenting. Katten zijn na inenting soms wat lusteloos en hebben gebrek aan eetlust.

Gezondheidscontrole en titerbepaling

Een gezondheidscontrole is een check om te kijken of je hond nog helemaal gezond is. Zo ontdek je op tijd ziektes bij je hond, want deze zijn niet altijd zichtbaar. Vaak combineren dierenartsen een gezondheidscontrole met een vaccinatie.

Met een titerbepaling kom je erachter of je hond een vaccinatie nodig heeft. Het is een bloedtest die aantoont of je hond nog voldoende antilichamen heeft tegen Infectieuze Hepatitis, Parvo en Distemper. Zo voorkom je dat je hond onnodig gevaccineerd wordt.

Tip: ontwormen voor vaccinatie

Uit onderzoek blijkt dat vaccinaties beter aanslaan als je hond of kat voor die tijd ontwormd is. Het lichaam hoeft dan namelijk niet tegelijkertijd de wormen te bestrijden en antilichamen tegen ziekten aan te maken. Het is om die reden verstandig om je huisdier 2 weken voor de inenting te laten ontwormen.

Lees meer over de OHRA Huisdierenverzekering