Wat is WIA?
WIA staat voor de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Werknemers die na twee jaar ziekte meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn, krijgen (tijdelijk) een WIA-uitkering. De overheid vindt het belangrijk dat de werknemer met een WIA-uitkering weer aan het werk gaat. Daarom vraagt de wetgever zich af: wat kan de medewerker nog wél in plaats van wat kan hij niet.
De WIA bestaat uit twee regelingen:
- Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)
- Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)
Ziek en dan?
Als werkgever bent u in de eerste twee ziektejaren verantwoordelijk voor het zoeken naar passend werk voor uw medewerker en moet u het loon nog doorbetalen. Na twee jaar bepaalt het UWV hoeveel de medewerker (nog) arbeidsgeschikt is. Dit hangt af van het verschil tussen het loon dat hij verdiende en het loon dat hij nog zou kúnnen verdienen. Belangrijk is dus niet zozeer hoe het met iemand gaat, maar wat hij nog zou kunnen.
Er zijn drie mogelijkheden:
- Uw medewerker is minder dan 35% arbeidsongeschikt
- Uw medewerker is 35% tot 80% arbeidsongeschikt
- Uw medewerker is meer dan 80% arbeidsongeschikt
1. Minder dan 35% arbeidsongeschikt
Bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid krijgt de medewerker geen WIA-uitkering. Hij blijft bij u in dienst, soms met een aangepaste arbeidsovereenkomst. Het inkomen kan daardoor lager zijn.
2. 35% tot 80% arbeidsongeschikt
Medewerkers die voor 35% tot 80% arbeidsongeschikt zijn, vallen onder de WGA-regeling. Dit geldt ook voor medewerkers die volledig (80 tot 100%) arbeidsongeschikt zijn en binnen vijf jaar kunnen herstellen.
Loongerelateerde uitkering
De medewerker ontvangt een uitkering die samenhangt met zijn laatstverdiende loon. In de eerste periode ontvangt hij 70% van het verschil tussen het laatstverdiende loon (er zit een maximum aan dit bedrag) en het nieuwe loon. Deze uitkering geldt maximaal 38 maanden, afhankelijk van het arbeidsverleden. Daarna ontvangt de medewerker een loonaanvullingsuitkering óf een vervolguitkering.
Loonaanvullingsuitkering
Verdient de medewerker 50% of meer van wat hij volgens de arbeidsdeskundige zou kunnen verdienen? Dan is de loonaanvullingsuitkering 70% van het verschil tussen het laatstverdiende loon (er zit een maximum aan dit bedrag) en het loon dat hij zou kúnnen verdienen.
Vervolguitkering
Verdient de medewerker minder dan 50% van wat hij zou kunnen verdienen, dan krijgt hij een vervolguitkering. Dit is een gedeelte van het minimumloon.
3. Meer dan 80% arbeidsongeschikt
Is een medewerker volledig en langdurig arbeidsongeschikt (kan niet binnen vijf jaar herstellen), dan geldt de IVA. De IVA-uitkering is 75% van het laatstverdiende loon (er zit een maximum aan dit bedrag). De IVA-uitkering loopt tot de pensioendatum.