Veelgestelde vragen AOW

Vanaf 1 januari 2014 gelden de nieuwe regels.

De fiscale regels voor lijfrenterekeningen en verzekeringen worden vanaf 1 januari 2014 aangepast. Vanaf dat moment geldt: de tijdelijke oudedagslijfrente mag beginnen in het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt. Eerder was dit het jaar waarin u de 65-jarige leeftijd bereikt.

Het saldo dat u heeft opgebouwd tot 31 december 2013 mag u nog steeds gebruiken voor een tijdelijke oudedagslijfrente vanaf het jaar waarin u 65 jaar wordt. Als u na 31 december 2013 niet meer stort op uw huidige rekening, mag ook waardeaangroei (zoals rente en dividendbetalingen) na 31 december 2013 meegeteld worden, voor aankoop van een tijdelijke oudedagslijfrente vanaf het jaar waarin u 65 jaar wordt.

Stort u vanaf 1 januari 2014 opnieuw op uw rekening? Dan mag u deze nieuwe stortingen en de waardeaangroei over het saldo van 31 december 2013 niet gebruiken voor een tijdelijke oudedagslijfrente vanaf 65 jaar.

Als u niet meer op uw rekening stort dan mag het rendement na 31 december 2013 ook gebruikt worden voor aankoop van een uitkering in het jaar dat u 65 jaar wordt. Hierdoor heeft u in de toekomst extra flexibiliteit. U bent niet verplicht de uitkering op 65 jaar in te laten gaan. U kunt het opgebouwde saldo ook gebruiken om later een tijdelijke lijfrente uitkeerrekening aan te kopen. Dit kan vanaf het jaar waarin u uw actuele AOW-leeftijd bereikt, maar uiterlijk tot het jaar vijf jaar na het bereiken van uw actuele AOW-leeftijd.

Ja, het is belangrijk dat de storting voor 31 december op uw rekening staat. Zorg er daarom voor dat u het bedrag op tijd overmaakt.

Kijk of het jaar waarin u 65 jaar wordt, hetzelfde jaar is als het jaar waarin u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Is dit hetzelfde jaar, dan kunt u gewoon doorgaan met storten. Is dit niet hetzelfde kalenderjaar, dan hangt het af van uw wensen.

Een tijdelijke oudedagslijfrente is een tijdelijke periodieke uitkering met een minimale duur van vijf jaar. Deze lijfrente mag niet eerder ingaan dan het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt.

Ja, dat zou kunnen. Zo zijn er aan het hebben van twee rekeningen kosten verbonden. Bijvoorbeeld distributiekosten voor het openen van de rekening.

Nee, dat is niet verplicht. U kunt het opgebouwde saldo gebruiken om later een tijdelijke lijfrente-uitkeerrekening aan te kopen (vanaf het jaar waarin u uw actuele AOW-leeftijd bereikt, maar uiterlijk tot het jaar vijf jaar na het bereiken van uw actuele AOW-leeftijd). En het is altijd mogelijk om het opgebouwde saldo te gebruiken voor een levenslange lijfrente uitkeerrekening.

Dan verandert er niets voor u. U kunt dan gewoon doorgaan met het storten van bedragen op de lijfrenterekening. De AOW-leeftijd gaat de komende jaren stijgen. Als u zeker weet dat u niet eerder dan uw actuele AOW-leeftijd een uitkering wilt, dan kan deze informatie minder belangrijk voor u zijn.

Dit is afhankelijk van uw totale inkomen. Een berekening voor jaarruimte en/of reserveringsruimte kunt u maken op de website van de Belastingdienst.

Jaarruimte is het bedrag dat u maximaal voor het huidige fiscale jaar belastingvrij mag sparen voor een aanvulling op uw pensioen. De jaarruimte van de voorgaande zeven jaar die u niet gebruikt heeft bij elkaar opgeteld, heet reserveringsruimte.

Heeft u de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan moet uw lijfrente-uitkering minimaal twintig jaar plus het aantal jaar dat u nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt duren.

Een lijfrente moet uiterlijk ingaan in het jaar waarin u uw actuele AOW-leeftijd bereikt plus vijf jaar. Voorbeeld: Uw AOW leeftijd is nu 66 jaar. Uw lijfrente moet uiterlijk ingaan in het jaar waarin u de 71-jarige leeftijd bereikt.

De lijfrente moet ingaan in het jaar waarin u uw AOW-leeftijd bereikt.

Op de website van de overheid vindt u een overzicht.

Uw AOW-leeftijd is afhankelijk van uw huidige leeftijd. Bereken hier uw AOW leeftijd.